Storage Management: Controle over de explosieve groei van data

Storage Management is een relatief jong begrip. Logisch natuurlijk: pas sinds enige jaren is er sprake van zodanig gigantische datastromen dat het efficiënt opslaan van die data problematisch is geworden. Waar het vroeger ging om het wegschrijven in bits en bytes, gaat het tegenwoordig om terabytes en petabytes. De directe oorzaak voor de dataexplosie is de enorme digitalisering die de wereld heeft overspoeld. Internet, e-mail en netwerken genereren enorme informatiestromen waarmee niet meer alleen compacte informatie wordt uitgewisseld. In toenemende mate worden ook bestanden, plaatjes en filmpjes met een omvang van vaak gigabytes verstuurd en opgehaald. Een gedeelte van die informatie wordt na gebruik direct weggegooid, maar het merendeel wordt opgeslagen op allerlei informatiedragers.

Voor een individu dat veel informatie ophaalt is er over het algemeen geen probleem. Er kan immers altijd een grotere of extra harde schijf worden aangeschaft. De problemen doen zich met name voor bij grote, informatie-intensieve ondernemingen, waar vele medewerkers gezamenlijk elke dag weer enorme hoeveelheden gegevens uitwisselen en opslaan vanuit steeds meer applicaties. De gemiddelde storagebehoefte verdubbelt zich ieder jaar, waarbij de recente groei met name voortkomt uit de toegenomen grafische en multimedia content van applicaties, uit het groeiende persoonlijk archief dat medewerkers opbouwen via mailsystemen en vanuit data warehousing-applicaties. De afgelopen jaren is bij veel grote ondernemingen de storage, oftewel de opslag van data, dan ook een steeds groter percentage van het budget gaan innemen. Aangezien de verwachting is dat deze situatie zich de komende jaren onverminderd voort zal zetten, is en wordt er driftig gewerkt aan oplossingen. Via verschillende tussenvormen en deeloplossingen is de storage-industrie de afgelopen jaren toe gegroeid naar Storage Management. Via Storage Management wordt er op efficiënte wijze voor gezorgd dat de juiste informatie op de juiste plek snel beschikbaar is aan de juiste personen.

Ontwikkelingen in opslag
De eenvoudigste vorm van dataopslag is het opslaan rechtstreeks op de harde schijf van de computer, of op een ander opslagmedium zoals een zipdisk of een cd-rom. Dit is dus de opslagvorm die we allemaal kennen van de PC. In het geval van netwerken wordt veel gebruik gemaakt van Direct Attached Storage (DAS). Het gaat daarbij om opslagdiskdrives die zijn aangesloten op een server, waarbij elke server zijn eigen diskdrives of diskarray heeft. De informatie-uitwisseling vindt hierbij meestal plaats met de Small Computer System Interface (SCSI). Een belangrijk nadeel van deze nog altijd populaire opslagwijze is het feit dat de ene server niet bij de disks van de andere server kan. Wanneer dus server A opslagcapaciteit mist en server B heeft capaciteit te over, kan server A geen gebruikmaken van de ruimte die server B nog over heeft op zijn disks. In de praktijk kopen de meeste ondernemingen die nog DAS gebruiken dan ook bewust overcapaciteit aan opslag in. Dat werkt weliswaar, maar het kost veel geld en de uitbreiding gaat gepaard met downtime. Desondanks is DAS nog altijd een veel toegepaste vorm van opslag.

Een goed alternatief voor Direct Attached Storage is al geruime tijd beschikbaar in de vorm van opslagnetwerken; met name NAS (Network Attached Storage) en SAN (Storage Area Network). De minst ingrijpende van de twee is NAS, omdat het gebruikmaakt van het bestaande bedrijfsnetwerk (meestal Ethernet via het IP-protocol). Dat netwerk wordt ingezet om niet één server (zoals bij DAS), maar meerdere servers - eventueel op verschillende locaties - toegang te geven tot gezamenlijke opslagruimte. Met NAS kunnen veel gebruikers gelijktijdig bestanden lezen. Voor het op zeer grote schaal gelijktijdig aanpassen van bestanden is NAS minder geschikt, doordat het systeem telkens even hapert op het moment dat er een nieuwe gebruiker aanpassingen in het bestand wil gaan doen. De opslag vindt plaats op fileservers die vaak zeer veel informatie kunnen bevatten. Vaak wordt NAS gebruikt in de vorm van een 'thin server', die wordt geladen met diskdrives en wordt verbonden met het netwerk. Met de nieuwe Gigabit Ethernet-verbindingen is een NAS om te vormen tot een zeer snelle storageoplossing die ook nog eens eenvoudig te beheren is. Door middel van het Direct Access File System (DAFS) zou NAS ook goed kunnen worden ingezet voor databasesystemen. Dit is mogelijk doordat het een snelle verbinding maakt tussen meerdere NAS-applicances en clients. Deze technologie staat echter nog in de kinderschoenen.

Veel ingrijpender voor de onderneming is een SAN. Hiervoor moet namelijk een speciaal netwerk (Fibre Channel) worden aangelegd voor de onderlinge verbinding van de servers en de opslagapparatuur. In tegenstelling tot een NAS is een SAN dus niet 'even snel' te implementeren. Doordat het netwerk alleen in dienst staat van de storageoplossing, behaalt een SAN over het algemeen hogere doorvoersnelheden dan een NAS. Daarnaast is Fibre Channel eenvoudiger en sneller dan Ethernet en is Fibre Channel als netwerkprotocol eenvoudiger dan het veelzijdiger IP-protocol dat meestal bij NAS wordt ingezet. Een ander groot verschil met een NAS is dat een SAN data vanuit het datacenter naar de servers verstuurt in efficiënte blokken, waar een NAS toegang biedt op fileniveau.

De keuze tussen NAS of SAN hangt dus voor een groot gedeelte af van de storage-eisen die de gebruiker stelt. NAS is zeer geschikt voor file-sharing, dus gelijktijdige toegang tot een bestand door meerdere personen en is eenvoudig te installeren en beheren. SAN is met name geschikt voor het zeer snel verplaatsen en opslaan van grote hoeveelheden data, bijvoorbeeld in databaseomgevingen. Een SAN is weliswaar moeilijk te installeren, maar zeer schaalbaar. Bijkomend probleem bij SAN is de integratie van oplossingen van verschillende leveranciers, ondanks enige operabiliteit en een aantal standaarden. Er is echter wel vooruitgang op dit punt, door de onderlinge samenwerking van verschillende leveranciers en door de inbreng van de SNIA (Storage Networking Industry Association). Deze samenwerking is met name van belang doordat een SAN zodanig ingewikkeld en uitgebreid is, dat leveranciers nauwelijks volledige, kant-en-klare oplossingen bieden.

Het beheer: Storage Management software
Voor het efficiënt opslaan en toegankelijk maken van data is niet alleen hardware, maar ook software nodig. Software komt met name van pas bij het centraal en efficiënt beheren van de storageomgeving en wijst opslagruimte toe aan de servers. Ook kan de software helpen bij het bepalen van de waarde van informatie, de termijn dat die data bewaard moet worden en de noodzaak van snelle beschikbaarheid van informatie. De software kan bijvoorbeeld informatie die snel beschikbaar dient te zijn ergens anders bewaren dan data die in principe is verlopen maar nog wel opgeslagen dient te blijven. Storage Management software kan al met al enorme kostenbesparingen genereren, met name in heterogene bedrijfsomgevingen met vele systemen en databases die onderling slecht samengaan.

Een belangrijke technologie binnen Storage Management is die van virtualisatie. Dit houdt in dat de opslagbeheerder alle fysieke opslagapparatuur eenvoudig kan beheren voor bijvoorbeeld toegangscontrole en de toewijzing van opslagruimte. Dit is mogelijk doordat de software een vereenvoudigde weergave biedt van de in werkelijkheid vaak ingewikkelde fysieke storageomgeving. De beheeromgeving biedt de beheerder een reeks tools die hetzelfde werken, ondanks de heterogeniteit van de storageomgeving. Bij virtualisatie neemt de software de beheerder dus een belangrijke taak uit handen. Eén beheerder kan hierdoor taken uitvoeren waarvoor anders meerdere beheerders nodig zouden zijn. Een voorbeeld van virtualisatie is Storage Redirection. Deze software zorgt ervoor dat het voor de applicatie niet meer uitmaakt waar het opslagsysteem zich bevindt. Daarnaast is er de Client Redirection-software, waarmee geregeld kan worden hoe een client toegang krijgt tot het opslagsysteem. Ook biedt virtualisatie de mogelijkheid om opslagbronnen toe te voegen zonder de applicaties te onderbreken. Virtualisatie is een waardevolle technologie die echter moeilijk te implementeren is in heterogene omgevingen.

Een andere mogelijkheid om het beheer te vereenvoudigen is server consolidation; door meerdere kleine fileservers samen te voegen tot één serverappliance kunnen grote NAS-appliances worden geïmplementeerd LAN free back-up is de mogelijkheid om een back-up te maken zonder daarbij het bedrijfsnetwerk (LAN) te belasten. Daartoe wordt de back-up uitgevoerd via het storagenetwerk. Mirroring is het creëren van twee beelden van de operationele gegevens. Wanneer het ene beeld problemen geeft is het tweede beeld beschikbaar voor het lezen en schrijven van data. Op deze manier kan de systeembeheerder de fouten in het eerste beeld repareren zonder daarbij de bedrijfsapplicaties te beïnvloeden. Waar mirroring zorgt voor beschikbaarheid op hardwareniveau, doet redundancy dat op netwerkniveau. Redundancy is het bieden van meerdere routes of paden in het netwerk die naar dezelfde plek leiden. Is het ene pad niet beschikbaar, dan kan de applicatie een andere route kiezen naar dezelfde storagelocatie.

Een andere belangrijke categorie beheersoftware is de Storage Resource Management (SRM)- software. Deze software is gericht op het rendabel en efficiënt inzetten van de verschillende opslagbronnen. Als tool is het gericht op het genereren van besparingen in de opslagomgeving, door ervoor te zorgen dat fouten vroegtijdig worden herkend of zelfs worden voorkomen en door de prestaties van de storageoplossingen inzichtelijk te maken. Op basis hiervan kan het management beslissingen nemen om de storageomgeving beter in te richten of andere wijzigingen door te voeren. SRM is dus met name gericht op een optimale return-on-investment. Virtualisatie, SRM en Device Management (het besturen, configureren en monitoren van de verschillende apparatuur in de storageomgeving) maken het mogelijk om op afstand via internet of intranet de storageomgeving centraal te beheren. Daarnaast helpen deze tools bij het vroegtijdig opmerken van problemen in de storageomgeving en rapportage daarover.

Beheer uitbesteden
Met name voor kleinere ondernemingen met een grote of onregelmatige storagebehoefte kan het aantrekkelijk zijn om de dataopslag uit handen te geven aan een Storage Service Provider (SSP). Deze ondernemingen leggen communicatienetwerken aan van de klant naar hun eigen data storage centra. De ervaring van de afgelopen tijd heeft echter twee dingen geleerd: de SSPs hebben moeite gehad om de enorme investeringen in storagenetwerken terug te verdienen en de klant staat sceptisch tegenover het elders opslaan van gevoelige bedrijfsgegevens. Toch bestaan er kansen voor de SSPs, gezien de steeds snellere IP opslagnetwerken die grote afstanden kunnen overbruggen en steeds betere beveiligingsmogelijkheden.

Toekomstmuziek?
Tot voor kort was er over het algemeen sprake van de implementatie van óf een SAN, óf een NAS. Recentelijk zijn verscheidene leveranciers en de overkoepelende Storage Networking-organisatie SNIA echter hard aan de gang met de integratie van beide technologieën in een meer algemeen Storage Network (SN). Een goed voorbeeld van een technologie die NAS en SAN dichter bij elkaar brengt is het SCSI-over-IP-protocol, ofwel iSCSI. Storagesystemen kunnen hiermee efficiënte blokdata - zoals SANs die gebruiken - versturen via een IP-netwerk - zoals dat wordt gebruikt voor internet. De verzamelnaam voor dergelijke oplossingen is IP-storage. Een groot voordeel van het gebruik van het Internet Protocol is de zeer wijdverspreide aanwezigheid van IP in bedrijfsomgevingen en de algemeen beschikbare kennis over het beheer van deze omgevingen. iSCSI is een vorm van IP-storage waarbij TCP wordt gebruikt als transportlaag en IP als de infrastructuur voor het versturen van blokdata. Daarbij monitort TCP de activiteit van de sessie en voorkomt het congestie op het netwerk. iSCSI is zeer geschikt voor middelgrote ondernemingen met hoge database-eisen. Het biedt de mogelijkheid voor het versturen van blokdata tegen een lagere prijs dan een Fibre Channel SAN en over grotere afstanden.

Een andere vorm is Fibre Channel over IP (FCIP). Door Fibre Channel-communicatie mogelijk te maken via IP kan een onderneming een Fibre Channel SAN op locatie A integreren met een Fibre Channel SAN op locatie B via een IP-netwerk. Ook bij FCIP wordt TCP gebruikt als transportlaag. In september van het afgelopen jaar is het eerste wereldwijde SAN gebouwd door drie verschillende SANs op drie continenten met elkaar te integreren via Fibre Channel en IP-technologie (FCIP). Dit voorbeeld toont aan dat data over grote afstanden efficiënt beheerd kunnen worden. Deze optie kan met name aantrekkelijk zijn voor ondernemingen die al Fibre Channel SANs hebben.

Een derde vorm van IP-storage is het Internet Fibre Channel Protocol (iFCP). Dit is een vorm die enigszins tussen beide vorige oplossingen in ligt. Net als bij FCIP wordt bij iFCP de IP-infrastructuur gebruikt voor het versturen van Fibre Channel-frames. Via FCIP wordt echter een groot SAN opgebouwd uit kleinere SANs, terwijl bij iFCP de kleinere SANs blijven bestaan, maar wel met elkaar in verbinding staan. Het is dus het verbinden van SANs aan een IP-netwerk.

IP-storage is een aantrekkelijke manier van opslag. Er wordt dan ook hard gewerkt aan de realisatie ervan. Voorlopig zijn NAS en Fibre Channel SAN echter nog de meest voor de hand liggende technologieën. Een groot voordeel van de TCP/IP gebaseerde storageoplossingen is echter dat deze eenvoudig kunnen worden beheerd door de netwerkbeheerder, aangezien deze al bekend is met deze technologie, en dat deze netwerken wereldwijd kunnen worden ingezet.

Een andere opkomende technologie is die van de Storage Appliance. Storage Appliances bestaan uit apparatuur die de storagegerelateerde functies van een algemene server overneemt. Deze standalone apparatuur voert functies uit zoals tape back-up, storage management en beveiliging. Door deze technologie kan tevens een schaalbare, platformonafhankelijke storageoplossing worden gecreëerd Uiteindelijk moet dit met name bij ingewikkelde SANs tot flinke kostenbesparingen leiden.

De storagemarkt is al met al flink in beweging; zowel op het gebied van hardware als software. Het ruime aanbod van oplossingen werkt voor ondernemingen wellicht verwarrend. Om het geheel nog enigszins overzichtelijk te maken is dit artikel voorzien van een begrippenlijst, waarin een aantal belangrijke termen kort wordt toegelicht.

Begrippenlijst
Back-up - een kopie van de gegevens, zodat deze bij eventuele problemen niet verloren zijn, maar teruggezet kunnen worden
Client Redirection-software - software waarmee wordt geregeld hoe een client toegang krijgt tot het opslagnetwerk
DAFS - Direct Access File System voor snelle verbindingen tussen verschillende NAS-appliances en clients
DAS - Direct Attached Storage, ofwel opslagapparatuur die rechtstreeks is verbonden met een server
Device Management – het beheren van specifieke opslagapparatuur
Diskarray - een combinatie van diskdrives
Downtime - tijdelijke onbeschikbaarheid van systemen en applicaties
Exabyte - 1000 petabyte
FCIP / Fibre Channel over IP (zie ook Fibre Channel en IP) - het integreren van meerdere SANs met behulp van een IP-netwerk.
Fibre Channel - een zeer snelle verbinding die meestal in SANs wordt ingezet voor datatransport
Gigabyte - 1000 Megabyte
iFCP / Internet Fibre Channel Protocol - het verbinden van verschillende SANs via een IP-infrastructuur 
IP / Internet Protocol - een protocol dat ervoor zorgt dat pakketten gegevens van de ene computer naar de andere worden verzonden.
IP-Storage - het inzetten van het Internet Protocol in opslagnetwerken
iSCSI - SCSI over IP waarmee storageapparatuur verbonden kan worden met het internet en waarbij de toegang geregeld wordt door traditionele SCSI-commando's, waardoor het lijkt of de apparatuur lokaal is aangesloten
LAN free back-up - de mogelijkheid om een back-up te maken zonder daarbij het bedrijfsnetwerk (LAN) te belasten
Mirroring - Mirroring is het creëren van twee beelden van de operationele gegevens. Wanneer het ene beeld problemen geeft is het tweede beeld beschikbaar voor het lezen en schrijven van data
NAS / Network Attached Storage - maakt gebruik van het bestaande bedrijfsnetwerk (meestal Ethernet via het IP-protocol) om meerdere servers - eventueel op verschillende locaties - toegang te geven tot gezamenlijke opslagruimte.
Petabyte - 1000 Terabyte
SAN / Storage Area Network - een lokale, goed presterende storageomgeving op basis van Fibre Channel
SCSI / Small Computer System Interface - een universele parallelle verbinding om randapparatuur op een server of werkstation aan te sluiten; voor informatie-uitwisseling tussen apparaten
Server consolidation - eenvoudiger systeembeheer door meerdere kleine fileservers samen te voegen tot één serverappliance
SRM / Storage Resource Management - software gericht op het rendabel en efficiënt inzetten van de verschillende opslagbronnen door de prestaties van de storageoplossingen inzichtelijk te maken.
SSP / Storage Service Provider - bij deze dienstverleners kunnen ondernemingen opslagdiensten en -capaciteit afnemen
Storage Appliance - apparatuur die de storagegerelateerde functies van een algemene server overneemt
Storage Network (SN) - SAN, NAS of een combinatie daarvan
Storage Redirection-software - deze software zorgt ervoor dat het voor de applicatie niet meer uitmaakt waar het opslagsysteem zich bevindt
Tape library - een verzameling tapes voor het opslaan van data
TCP / Transport control protocol - monitort de activiteit van de sessie en voorkomt congestie op het netwerk. TCP gebruikt IP en zorgt dat de onbetrouwbare verbinding van IP betrouwbaar wordt door pakketjes opnieuw te verzenden indien na een bepaalde tijd nog geen bevestiging is ontvangen.
Terabyte - 1000 Gigabyte
Thin Server - fungeert in een netwerk als de geheugenbank voor aangesloten pc's (thin clients)
Virtualisatie - het bieden van een geabstraheerde weergave van de complexe fysieke storageomgeving voor eenvoudig beheer

PDF-versie van dit artikel

Naar boven    


Tradities maken plaats voor innovatie

De storagemarkt is volop in beweging. Internet en de 24-uurs economie zorgen voor een explosieve groei van de hoeveelheid data en een evenredige groei van de behoefte aan opslagcapaciteit. Het archiveren en terugvinden van gegevens is voor bedrijven van cruciaal belang. Storage is geëvolueerd van bijzaak tot hoofdzaak.

Werd vorig jaar wereldwijd 56 miljard dollar uitgegeven aan storage, in 2005 zal dit bedrag meer dan verdubbeld zijn, zo voorspellen analisten van de Aberdeen Group in hun Worldwide Storage Management: Forecast and Analysis 2002 – 2005. Volgens Carolyn DiCenzo, van de Gartner/Dataquest storage group staan softwareleveranciers de komende tijd sterk. ‘Klanten zullen voorzichtiger omgaan met het doen van uitgaven en leveranciers moeten meerwaarde op tafel leggen.’

Verschuiving in focus
Ging het bedrijven in het verleden dus puur om de aanschaf van opslagcapaciteit, de nieuwe tendens is effectiever management van de beschikbare opslagruimte. Ook de Aberdeen Group en Gartner Dataquest voorspellen deze verschuiving in focus van storagehardware naar storagemanagementsoftware. ‘De groei in disk arrays stagneerde in 2001, terwijl software doorgroeide omdat bedrijven zochten naar mogelijkheden hun opslagcapaciteit beter te benutten. De wereldwijde storagesoftware bereikte 4,9 miljard dollar in 2001, dit was 3 % groei ten opzichte van 2000’, aldus Gartner/Dataquest. De Aberdeen Group voorziet een stijging van de wereldwijde uitgaven aan storagemanagementsoftware, in 2001 nog goed voor 7,9 miljard US dollar, naar 21,3 miljard dollar in 2005. Deze groei geldt voor alle vier de categorieën, te weten: databeveiliging zoals back-up en restore software; datatoewijzing zoals virtualisatie; storage resource management en storageadministratie zoals storage netwerkmanagement. De drie spelers die in 2001 het grootste marktaandeel op het gebied van managementsoftware bezaten, zijn EMC (30,4%), Veritas (19,8%) en IBM (14,2%) aldus de Storage Services Worldwide Forecast 2000 – 2005 van Gartner/Dataquest
.

Voorkeursleverancier
In opdracht van Hewlett Packard (HP) deed Blauw Research in januari 2002 onderzoek naar de bekendheid en het gebruik van storageproducten. De meerderheid van de ondervraagden bleek bij de aanschaf van een nieuw product geen uitgesproken voorkeur te hebben voor een bepaalde leverancier. Degenen die wel een voorkeur uitspraken, voor bijvoorbeeld een SAN of NAS–leverancier noemden Compaq als eerste, direct gevolgd door HP. Voor high end disk arrays had HP een lichte voorkeur boven Compaq en voor de mid range disk arrays moest HP haar eerste plaats weer afstaan aan Compaq. Uit het onderzoek komt verder naar voren dat IBM voor alle producten voorkeursleverancier nummer drie is. Aan het kat- en muisspel om de eerste en tweede plaats komt binnenkort wellicht een einde. Wanneer de voorgenomen deal tussen HP en Compaq rond is, zullen zij met hun brede productportfolio een dominante partij vormen binnen de storagemarkt.

Kentering in opslagmethode
Het einde van de informatie-overload lijkt nog niet in zicht. Het is dan ook lastig voor bedrijven om hun behoefte aan opslagcapaciteit te voorspellen. Blauw Research laat zien dat ongeveer de helft van de ondervraagde bedrijven momenteel beschikt over een opslagcapaciteit van 500 gigabyte; een op de vijf heeft tenminste 1 terabyte. Op de vraag naar verbeterpunten in de huidige storage-omgeving ziet 20% van de bedrijven meer opslagcapaciteit als belangrijkste verbeterpunt, gevolgd door centralisatie van het beheer (14%) en verbeterde performance (10%). De meest traditionele manier van data-opslag is direct attached storage (DAS), oftewel een directe koppeling van de diskarrays aan de server. Als belangrijk nadeel aan deze wijze van opslaan wordt vaak genoemd het inefficiënte gebruik van de beschikbare opslagruimte. Toch blijkt direct attached storage met 59% in de value market (tenminste 100 geautomatiseerde werkplekken) nog de meest gebruikte opslagtechniek te zijn, aldus Blauw Research. Network attached storage (NAS) wordt gebruikt door 20% van de ondervraagde bedrijven en 12 % gebruikt een storage area network (SAN). Volgens IDC gaat dit de komende tijd veranderen. De traditionele DAS-manier zal tot 2005 met 15% per jaar in omzet afnemen. SAN en NAS daarentegen zijn in opmars met een gemiddelde groei tot 2005 van 41,35%.

Hand in hand
Een NAS is een autonoom opslagmedium dat direct gekoppeld is aan een netwerk. De data wordt opgeslagen in files. Doordat gebruik wordt gemaakt van bestaande netwerken is een NAS redelijk eenvoudig op te zetten. Een SAN zit wat dat betreft wat complexer in elkaar en vereist intensievere training van de mensen die ermee moeten werken. Een storage area network is een supersnel netwerk dat servers en opslagmedia met elkaar verbindt, met als doel het integreren van verschillende soorten opslagmedia in één systeem. Een ander verschil is de opslagcapaciteit: een NAS kan uitgroeien tot enkele gigabytes, een SAN tot enkele terabytes, oftewel duizend gigabytes. De meningen zijn nog verdeeld over welke methode het beste is. Sommigen beschouwen SAN en NAS nog als ware concurrenten, anderen opteren al voor complementair gebruik. Weer anderen menen dat de keuze voor een SAN of NAS afhangt van factoren als de grootte van de organisatie of de aard van het opslagprobleem (direct storagetekort, snelle toegang tot databases etc.). Hoe het ook zij, de traditionele manier van data-opslag lijkt passé, de opmars van netwerken voor centraal en efficiënt beheer niet meer te stuiten.

De redactie heeft een aantal leveranciers gevraagd te reageren op een van de volgende stellingen: 'Door de opmars van netwerken is in de toekomst een belangrijkere rol weggelegd voor softwareproducenten ten koste van hardwareleveranciers' of 'Centralisatie van opslagbeheer is hét antwoord op het toenemende opslagbeheerprobleem'. Hun bijdragen vindt u bij dit artikel.

Bert Kraaikamp, Director Legato Systems Benelux:
'In het verleden maakte men eerst een keuze voor de benodigde hardwarecapaciteit, daarna kwam de software. Maar door – wellicht dankzij – de opkomst van netwerken speelt software tegenwoordig een zeer prominente rol om de veelal heterogene omgevingen te managen en de hardwareoplossingen te beheren en beheersen. Niet alleen dit gegeven, maar eveneens de technologische softwareontwikkelingen hebben er toe geleid dat organisaties nu met minder hardware, meer performance kunnen behalen. Software is dus eigenlijk de belangrijkste engine binnen de ICT geworden en zal dit in de toekomst blijven.'

Frank Bertram, Manager Storage Multi-Design Enterprise Solutions:
'Ik wil u vragen met mij de server te ontleden in zijn hoofdcomponenten, namelijk: bus, processor, intern geheugen, storage en interfaces naar externe apparaten. Deze componenten worden meer en meer als 'losse onderdelen' verkocht. Bladeservers (processor), proxyservers (RAM), en NAS/SAN (Storage) zijn hiervan voorbeelden. Schaalvoordelen, hoge beschikbaarheid, flexibiliteit, energie- en ruimtebesparing en met name vereenvoudiging van beheer, liggen aan deze ontwikkeling ten grondslag. Vervang in gedachten nu de oorspronkelijke bus in de server door nu bekende netwerkinfrastructuren en protocollen en koppel daaraan bovengenoemde losse onderdelen. In zo’n constellatie vormt de bus (lees het netwerk) de performance bottleneck. Ik ben het dan ook ten stelligste eens dat de opmars van met name bandbreedte in de netwerken die we tot nu toe kennen, zal leiden tot een belangrijkere rol voor softwareleveranciers en ten koste zal gaan van storage hardwareleveranciers. SAN-technologie zal verdwijnen: het lost immers slechts een performanceprobleem op.'

René Haak, Consultant NRG Group Benelux Nashuatec:
'De opmars van netwerken binnen organisaties is niet nieuw. De softwareproducenten worden echter steeds meer geconfronteerd met de vraag naar maatwerkoplossingen. Daarnaast zien we ook een (langzame) verschuiving binnen organisaties naar de zogenaamde Applicatie Service Providers (ASP) voor softwaretoepassingen. De hardware, met name aan de outputzijde, heeft deze ontwikkeling tijdig zien aankomen. We zien steeds meer multifunctionele apparatuur (in vaktermen MFP’s) die de analoge copier combineert met de printer, fax en scanner. Maar ook hardwareleveranciers zijn software gaan ontwikkelen om de digitale documentenstroom te kunnen sturen en beheren. Aangezien de gebruiker nog steeds (en steeds meer) gebruikmaakt van de outputmogelijkheden zal de opmars van netwerken een gelijke ontwikkeling laten zien voor zowel software- als hardwareleveranciers. De belangrijkste rol bij de opmars van netwerken ligt meer binnen de procesinrichting en heeft daarmee grote invloed op de workflow.'

Raymond Korteknie, sales director Benelux Veritas Software:
'Een storagenetwerk is niets meer of minder dan een berg kaarten, kabels en randapparatuur – doorsnee componenten geleverd door een bepaald aantal hardwarefabrikanten. Het is de software die de intelligentie brengt, en die een storagenetwerk mogelijk en beheersbaar maakt. De software visualiseert en virtualiseert de storage-infrastructuur, en brengt de efficiency en effectiviteit van het netwerk. Het is de software waarmee zaken als Disaster Recovery, Data Protectie en High Availability storage-oplossingen mogelijk worden. Dit zou de reden kunnen zijn van de huidige pogingen van de storagehardwareleveranciers om ook een storage-softwarestrategie te verkondigen.'

Rob Willekes, Market Development Manager HP Nederland:
'Centralisatie van storage maakt het makkelijker om de storageomgeving te managen. Daarnaast wordt er efficienter gebruikgemaakt van de beschikbare capaciteit. Gemiddeld ligt het gebruik van de storagecapaciteit in een gecentraliseerde omgeving rond de 80%, in een gedecentraliseerde omgeving wordt gemiddeld slechts 45% van de beschikbare capaciteit gebruikt. Naast centralisatie is ook storage virtualisatie binnen een Storage Area Network een oplossing voor storage management problemen. Storage virtualisatie zorgt ervoor dat de complexiteit wordt weggenomen en alle aanwezige storage als één capaciteit wordt gepresenteerd aan de IT manager. HP heeft vorig jaar StorageApps (marktleider in het segment van virtualisatie) overgenomen en onder de HP naam op de markt gebracht. In concreto betekent dat, naast centralisatie, virtualisatie er voor moet zorgen dat de klant meer en effectiever storage kan managen met hetzelfde aantal mensen. Het resultaat hiervan is een daling van de Total Cost of Ownership van storage.'

Frans Versteeg, Storage Consultant IBM Storage System Group Nederland:
'Momenteel verdubbelt de hoeveelheid geïnstalleerde gegevensopslagcapaciteit zich elke acht tot twaalf maanden. De prijs-prestatieverbeteringen van gegevensopslagapparatuur maken deze gegevensexplosie mogelijk, maar desondanks stijgen de uitgaven aan gegevensopslag flink. Versnippering van de gegevensopslagapparatuur bij gebruikers, elke applicatieserver zijn eigen disk en tape apparatuur, werkt sterk kostenverhogend door de slechte benutting. Centrale gegevensopslag en centraal beheer daarvan voorkomen, in een markt waar steeds moeilijker te voorspellen is welke applicatie welke hoeveelheid gegevensopslagcapaciteit benodigt, dat overtollige gegevensopslagcapaciteit wordt aangeschaft. Eén centraal gedeelde gegevensopslag gebaseerd op disktechnologie en één op tapetechnologie is de oplossing. Bij erg hoge beschikbaarheidseisen twee van elk, waarbij de gegevens worden gespiegeld over twee locaties. De doorbraak op het gebied van Storage Networking maakt dit allemaal mogelijk.'

Robert Stroomberg, Manager Enterprise Storage Group Compaq:
'Compaq voorziet dat opslag in de nabije toekomst steeds meer als een nutsvoorziening gezien wordt. Klanten krijgen dan opslagcapaciteit 'uit de muur' op basis van de door hun gewenste serviceniveaus en de daarbij behorende tarieven. Hoe een en ander achter de schermen geregeld wordt, is de taak van de storagebeheerorganisatie die de beschikking krijgt over steeds betere hulpmiddelen om dit mogelijk te maken. Waar opslag nu nog fysiek aan applicaties of servers wordt gekoppeld, zal de virtualisatie van opslag op korte termijn een grote vlucht nemen. Data zal in de toekomst in de vorm van 'objecten' worden opgeslagen waarbij de specifieke eisen en kenmerken in het object zijn vastgelegd. Een centrale opslaginfrastructuur moet organisaties ook in staat stellen om de operationele kosten van informatiesystemen aanzienlijk te verlagen, door eenvoudiger, gecentraliseerd beheer van de opslagmiddelen en geoptimaliseerde technieken en oplossingen voor het maken van backups en het verrichten van onderhoud. Centralisering betekent dat er niet langer meer individuele eilandjes van informatie en opslagruimte bestaan, maar dat deze één geheel vormen dat naar behoefte kan worden ingedeeld en toegewezen. Vanwege het centrale beheer bestaat ook steeds een volledig inzicht in de status en beschikbaarheid van de systeemcomponenten, indien nodig binnen een wereldwijd bedrijfsnetwerk.'

Wouter Kolff, Business Consultant EMC:
'De informatiebehoefte groeit nog steeds. Nieuwe technologieën creëren meer informatie en stellen gebruikers op andere manieren in staat om deze tot zich te nemen. De complexiteit van de systemen en de eisen van en naar informatie, nemen verder toe naarmate de gebruikers gewend raken aan bepaalde informatie. Niet al deze informatie staat centraal. Het centraliseren van informatie zal inderdaad een deel van het opslagbeheerprobleem verminderen, maar zal dit niet geheel oplossen. Centralisatie levert voornamelijk voordeel op bij standaardisatie, alleen dan kan een kritische massa bereikt worden en daarmee lagere kosten voor beheer. De praktijk leert echter dat centralisatie van verschillende niet-geïntegreerde oplossingen nog steeds een probleem blijft. Het ontsluiten van verschillende type opslagsystemen, het samenvoegen van deze tot een groot opslagnetwerk met de daarbij behorende beheerssoftware, zal een veel groter effect hebben. Hierbij ligt de nadruk op de integratie van hard- en software. Een systeem dat niet alleen waarschuwt bij afwijkingen of het overschrijden van afspraken uit een SLA's maar dat hier ook zelfstandig reparaties kan uitvoeren, is het antwoord op het beheerprobleem.'

PDF-versie van dit artikel

Naar boven  


Brancheorganisatie SNIA promoot Storage Networking-gedachte:
“Het is uiteindelijk de eindgebruiker die profiteert”

“Om de eindgebruiker keuzevrijheid te geven in storage-oplossingen moeten er standaards worden ontwikkeld en gehandhaafd. Zonder de Storage Networking Industry Association (SNIA) is de interoperabiliteit van multi-vendor storage-omgevingen nauwelijks te bereiken en waarborgen”, vertelt het enige Nederlandse SNIA Europe bestuurslid Roelof Borggreve.
“SNIA zorgt voor bemiddeling tussen de diverse spelers, zodat verschillende oplossingen naadloos op elkaar kunnen worden afgestemd.”

De SNIA is ’s werelds belangrijkste onafhankelijke (not-for-profit) organisatie op het gebied van Storage Networking. De organisatie vervult zijn taken - namelijk het stimuleren en promoten van effectieve en efficiënte storage networkingoplossingen - officieel sinds 1997. Daarbij neemt de organisatie geen voorkeursstandpunt in voor een bepaalde technologie, maar probeert het de verschillende technologieën optimaal op elkaar af te stemmen. Inmiddels zijn alle belangrijke leveranciers van storage- en networkingproducten lid. Tot vorig jaar was de SNIA nog met name een Amerikaanse aangelegenheid. Inmiddels zijn er echter twee afdelingen bijgekomen: SNIA Japan en SNIA Europe. In het bestuur van de Europese afdeling zijn bijna alle belangrijke leveranciers van storageproducten vertegenwoordigd. “Onze voornaamste taak is de Storage Networking-gedachte te vermarkten”, aldus Borggreve. “SNIA Europe fungeert dan ook met name als informatiebron en contactpunt voor de producenten, leveranciers en gebruikers van storageproducten. We hebben daarmee een beperktere taak dan de SNIA in Noord-Amerika, waar ook de standaards worden ontwikkeld en de interoperabiliteit van storageproducten wordt getest.”

Interoperabiliteit
Zoals het een betrokken bestuurslid betaamt vindt Borggreve - in het dagelijkse leven algemeen directeur van de Naardense storagereseller ISIT – dat voor de SNIA een belangrijke rol is weggelegd in de totstandkoming van goede storage-oplossingen. “De hoeveelheid informatie die een moderne onderneming te verwerken krijgt, is de afgelopen jaren sterk gegroeid. Die informatie moet niet alleen ergens opgeslagen worden, maar een gedeelte van die informatie moet ook snel en efficiënt toegankelijk zijn. Hiervoor zijn weliswaar vele oplossingen beschikbaar van een groot aantal leveranciers, maar de eindgebruiker heeft vaak baat bij een oplossing waarbij technologie van verschillende leveranciers door elkaar kan worden gebruikt. De SNIA speelt een essentiële rol in het realiseren van de interoperabiliteit voor dergelijke multi-vendor storage-omgevingen. Niet alleen binnen het ontwikkelen en promoten van standaards, maar ook als onafhankelijk bemiddelaar tussen de verschillende partijen. De leveranciers die zijn aangesloten bij de SNIA kunnen overigens allemaal bepaalde technologieën voorleggen aan de SNIA. Als onafhankelijke organisatie zullen we echter nooit een voorkeurspositie innemen voor bijvoorbeeld Fibre-Channel, SAN of NAS, maar staan we open voor elke technologie die bijdraagt aan de optimalisering van Storage Networking.”

Activiteiten van SNIA Europe
Naast regelmatig overleg met de verschillende storage-leveranciers ontplooit SNIA Europe diverse activiteiten ter promotie van Storage Networking. Zo wordt jaarlijks het succesvolle Euro Storage Event georganiseerd, in samenwerking met ComputerWorld. Dit jaar vindt het evenement in juni plaats in Cannes. Daarnaast ondersteunt SNIA ook een aantal regionale events, als een soort stempel van onafhankelijkheid, en worden er seminars en congressen georganiseerd. Het Storage Networking Solutions (SNS) Europe-magazine is de officiële uitgave van SNIA-Europe. Dit Engelstalige blad verschijnt zes maal per jaar en houdt de abonnees op de hoogte van de laatste ontwikkelingen binnen de Storage Networking-industrie. Een voor iedereen toegankelijke informatiebron is de website
www.snia-europe.org.

SNIA Europe is eveneens actief op het gebied van opleiding en certificering van storage-professionals. Op dit moment is het aantal te volgen opleidingen nog beperkt, maar er wordt hard gewerkt aan uitbreiding. De te behalen certificaten zijn die voor Fibre-Channel SAN Professional en - een stapje hoger - Fibre-Channel SAN Practitioner. Borggreve: “Er wordt op dit moment hard gewerkt aan het opzetten van een SNIA training in Europa. De certificering vindt nu nog plaats op basis van de aanwezige kennis van de kandidaat en wordt getoetst door een onafhankelijk instituut. Wanneer de opleidingen klaar zijn, zullen die worden gegeven in ISIT’s Storage demo- en trainingscentrum.”

Ontwikkeling en testen
Voor de ontwikkeling van standaards en het testen van interoperabiliteit beschikt de SNIA over een uitgebreide faciliteit in de VS, het SNIA Technology Center. Dit is het grootste leveranciersonafhankelijke technologiecentrum ter wereld. Het Technology Center is eveneens in gebruik als demonstratiecentrum voor ontwikkelingen op het gebied van Storage Networking. “In het Technology Center in de VS worden verschillende standaards en protocollen getest. Gezien deze uitgebreide activiteiten van de SNIA in de VS en het grote aantal leden daar mag het niet verbazen dat er een aantal fulltime medewerkers op de loonlijst staan. In het geval van SNIA Europe komen de bestuursleden eens in de twee maanden bijeen om de voortgang te bespreken en taken uit te zetten, die vervolgens worden uitgevoerd in samenwerking met de regional committees.”

Integratie van SAN en NAS
Als bestuurslid van de SNIA en directeur van ISIT zit Borggreve met zijn neus boven op de ontwikkelingen. “De meest duidelijke ontwikkeling van dit moment vind ik de opkomst van Network Attached Storage (NAS). Op dit moment wordt in kritische omgevingen nog met name gebruik gemaakt van SAN-technologie. NAS wordt echter steeds breder ingezet; ook in kritische omgevingen.” Dat betekent overigens niet het einde van SAN. Borggreve ziet op dit moment beide systemen nog groeien en denkt dat SAN zal blijven bestaan voor echt grote, mission-critical omgevingen. “Ik geloof niet dat SAN volledig vervangen wordt door NAS. Beide systemen maken op dit moment een mooie groei mee, alleen groeit NAS harder. Uiteindelijk zullen beide technologieën steeds vaker gecombineerd gaan worden in een Storage Network met back-end disks.”

SNIA lidmaatschap
Bijna alle fabrikanten van storage-systemen zijn SNIA-lid. Dat is ook niet verrassend, vindt Borggreve, gezien de vele contacten en up-to-date informatie die het lidmaatschap opleveren. Lidmaatschap is echter geen garantie van onafhankelijkheid of interoperabiliteit van de fabrikant. Immers: iedere onderneming die het lidmaatschap betaalt, kan lid worden. “In totaal hebben we nu ruim 300 leden wereldwijd. Alle leden streven een gezamenlijk doel na: het stimuleren van efficiënte, volledige en betrouwbare Storage Networking-oplossingen. De SNIA is overigens behoorlijk selectief in het verlenen van ‘endorsements’ en certificering. Hiervoor dient een onderneming of professional te voldoen aan bepaalde criteria op het gebied van kennis en onafhankelijkheid. Het is uiteindelijk de eindgebruiker die volop profiteert van onze diensten. Zij kunnen immers beschikken over betere storage-oplossingen die naar wens gecombineerd kunnen worden in multi-vendor omgevingen.”

Voor meer informatie: Web: www.snia-europe.org of Mail: euromembership@snia.org

PDF-versie van dit artikel

Naar boven  


Back-up en restore voor meerdere locaties bij hoofdkantoren ABN-AMRO

Ongeveer vier jaar geleden heeft binnen ABN-AMRO HOLAN (Hoofdkantoren LAN-beheer) de groep Technical Management gekozen voor één uniform back-up- en restore-pakket voor de LAN-beheerorganisatie van de hoofdkantoren. De keuze omvatte zowel de hardware als de software. Nadat verschillende leveranciers de revue waren gepasseerd, is als software gekozen voor Legato Networker inclusief GEMS. Doorslaggevende redenen voor die keuze: de veertien hoofdkantorenlocaties monitoren vanaf één locatie; snelheid van de back-up; de mogelijkheden van GEMS en de faciliteiten met betrekking tot taperobots.

Groepshoofd van Technical Management is Ilona Pelser. Haar afdeling is verantwoordelijk voor technische richtlijnen rondom de installatie, het LAN-beheer en de helpdesk. De afdeling heeft tien medewerkers; Holan heeft in totaal ruim 300 medewerkers waarvan 40% - onder andere door de krapte op de arbeidsmarkt - via detacheringbureaus wordt ingezet. Pelser vertelt dat de data die door HOLAN wordt beheerd veelomvattend is. 'Wij beheren alles wat op de servers is opgeslagen. Daarbij moet worden gedacht aan projectdata, kantoorautomatisering en –documentatie, oftewel alle gegevens die worden geproduceerd binnen de hoofdkantoren en de stafafdelingen. De hardware binnen de veertien LAN-omgevingen omvat ongeveer 400 Compaq-servers en de 15.000 medewerkers hebben natuurlijk allemaal een eigen PC met daarop voornamelijk MS Office 97, Lotus Notes en bankspecifieke applicaties.' Pelser stelt dat per gebruiker maximaal 180 Mb aan data wordt beheerd. 'Er is in totaal ongeveer 4,5 terabyte te back-uppen. Daarbij moet rekening worden gehouden met de verschillen in grootte van de kantoren. Het kleinste kantoor heeft één server en het grootste veertien.' Eenmaal per week (vrijdag op zaterdag) wordt een volledige back-up gemaakt en op elke werkdag een incrementele back-up. Na elke volledige back-up wordt een kopie van de tapes gemaakt die extern in een kluis worden opgeslagen. Alle hardware en software voor de back-upfaciliteiten - Legato Networker en taperobots van StorageTek - is geleverd door ISIT uit Naarden.

Bewezen kwaliteit
Dat een goede back-up van groot belang is wordt door Pelser onderstreept. 'In december 1999 ging één van de belangrijke dataservers rond de jaarafsluiting 'onderuit'. Op dat moment bleek dat bepaalde zaken intern te klein waren ingeschat en ingeschaald. Dat was vooral te wijten aan het feit dat, zoals bij zoveel bedrijven, back-up en restore te weinig aandacht kregen', aldus Pelser. 'Gelukkig gebeurde het op een vrijdag, we hebben het hele weekend nodig gehad om de server opnieuw op te bouwen; alhoewel er geen gegevens verloren zijn gegaan. De 'awareness' intern voor goede back-up en restore is daardoor echter veel hoger geworden. Een dag met 3.000 mensen uit de lucht is duurder dan een goed opgezette back-upstrategie.' Pelser is van mening dat de software z'n kwaliteit heeft bewezen. 'De gebruiksdrempel is wat aan de hoge kant, maar feit is dat het
door grote organisaties terecht als de standaard wordt gezien. De diverse LAN-beheerders binnen onze organisatie zijn verantwoordelijk voor de back-up van hun pand. De druk op de medewerkers is echter groot en de vraag van buiten ook. Mede door de hoge gebruiksdrempel is regelmatige opleiding noodzakelijk om de gewenste kennis op peil te houden.'

Centraliseren van back-up beheer
Maar ook op een andere wijze blijft de back-up- en restore-omgeving in beweging. Pelser: 'We hebben onlangs succesvol een pilot met het product Legato GEMS uitgevoerd, waardoor we nu in staat zijn om centraal te monitoren welke back-ups al dan niet goed hebben gelopen. Ofwel centrale back-up monitoring en aansturing over alle 14 panden heen. De organisatie is klaar voor centraal LAN-beheer en remote beheer en GEMS gaat volledig worden ingezet voor remote beheer. De ondersteuning daarbij komt voornamelijk van ISIT; daar zijn we tevreden over en zo nodig schakelen zij specialisten van Legato in.'

Verdere performanceverbetering
De volgende stap intern is het Celestra-project. Met Celestra introduceerde Legato een open, gedistribueerde architectuur voor efficiënte gegevensverplaatsing in SAN-omgevingen. De gegevensverplaatsing wordt uitgevoerd door intelligente SAN-apparatuur die voldoet aan de open standaard SCSI Extended Copy-specificatie. Intelligente gegevensverplaatsing wordt mogelijk gemaakt door Legato Celestra agents. Hierdoor zijn krachtige applicaties te realiseren. Controle vindt plaats door Network Data Management Protocol (NDMP)-compliant controleapplicaties zoals Legato NetWorker. Pelser: 'We verwachten vooral performanceverbetering. Op papier lijkt het zo
veelbelovend, dat we het in de praktijk willen testen; een project opzetten, schaduwdraaien en evalueren. Storage Area Networks (SANs) blijken de toekomst te hebben. Want ook in andere vestigingen zijn inmiddels SANs geïnstalleerd en zal dus wellicht met Legato's Celestra worden ingericht. Andere landelijke vestigingen kunnen natuurlijk hun eigen keuze maken vanuit hun beheeroptiek, maar we weten dat daar ook naar Legato wordt gekeken.'

Snel weer in de lucht
Veranderingen binnen een ICT-omgeving vinden regelmatig plaats. Volgens Ilona Pelser moet daarop op djuiste wijze worden ingespeeld. 'Nu werken we met Windows 2000. Binnen ABM-AMRO zijn we overgestapt van een Windows NT-omgeving. In 2001 zijn alle kantoren voorzien van Networker 6.0.1 - nodig voor Windows 2000.' Ook de groei van de organisatie moet worden beheerd. 'Onze grootste locatie – Buitenveldert - groeit zo snel, dat we bijna niet in één nacht de back-up kunnen verzorgen. Dat is ook een reden om een SAN te implementeren waarbij de infrastructuur wordt aangepast met onder andere glasvezel en Legato Celestra wordt getest. ISIT en Legato zijn daar nauw bij betrokken. Het uiteindelijke doel voor back-up en restore is en blijft: na een eventuele disaster binnen 13 uur weer in de lucht.'

PDF-versie van dit artikel

Naar boven    


Zeer snelle implementatie van Storage Area Network bij OPG Groothandel

Vorig jaar liep OPG groothandel tegen het plafond van zijn storagecapaciteit aan. Om de beschikbaarheid van data te kunnen garanderen werd met ondersteuning van PQR een Storage Area Network (SAN) aangelegd. Behalve maximale beschikbaarheid levert het SAN ook een aanzienlijke tijdsbesparing op: binnen enkele minuten kan een kopie van de productieomgeving worden gemaakt.

OPG Groothandel, een werkmaatschappij van OPG Groep N.V., is een volledig gesorteerde farmaceutische groothandel voor openbare apotheken en is dienstverlenend en adviserend, onder meer op het gebied van praktijkvoering en retailing. OPG Groothandel is tevens aanbieder van de franchiseformule 'De Extra Apotheek'. Naast het hoofdkantoor en een nationaal distributiecentrum in Utrecht, heeft OPG Groothandel regiodistributiecentra in Amsterdam, Groningen, Nieuwegein, Rotterdam, Sittard, Tilburg en Velp.

OPG Groothandel bevoorraadt de apotheken met alle officieel tot de markt toegelaten geneesmiddelen. Het bedrijf verzorgt ook de logistiek van een tweetal dochtermaatschappijen die als gespecialiseerde groothandel optreden voor ziekenhuizen en apotheekhoudende artsen. OPG is marktleider in Nederland op de groothandelsmarkt voor geneesmiddelen. Men maakt onderscheid tussen spoedbestellingen (directe levering), serviceorders (levering binnen twee à drie uur of dezelfde dag) en gewone orders (levering volgende dag). Strikte bewaking van het goederenverkeer in combinatie met nauwkeurige, administratieve procedures spelen bij deze vorm van fijndistributie een belangrijke rol.

Specifieke automatiseringeisen
Het grootste verschil met andere logistieke organisaties ligt in het feit dat OPG Groothandel bestellingen die voor de namiddag gedaan worden, dezelfde dag nog levert. Hierdoor worden er specifieke eisen aan de automatisering van de organisatie gesteld, zoals snelle verwerking, online of interactief bestellen, directe levering en een adequaat voorraadsysteem. De IT-omgeving van OPG Groothandel bevindt zich in het hoofdkantoor in Utrecht, waar deze is verdeeld over twee computercentra die hemelsbreed ongeveer 500 meter uit elkaar liggen. 'Alle systemen zijn dubbel uitgevoerd; in de twee computercentra bevinden zich vier geclusterde VMS machines die met elkaar verbonden zijn door middel van glasvezelkabels en routers', aldus Gwan Kho, Manager Onderhoud, Beheer en Exploitatie. 'Hierdoor is de single point of failure geminimaliseerd en kan bij uitval het ene centrum het andere volledig vervangen. Tevens dragen speciale afspraken met KPN bij aan de beschikbaarheid van onze systemen.'

Diskcapaciteit aan plafond
Verleden jaar ontstonden er echter problemen met de diskcapaciteit van de computercentra. 'Het plafond van de diskcapaciteit was bijna bereikt', licht Gwan Kho toe. 'Wanneer er dan bijvoorbeeld reparaties uitgevoerd moesten worden, zou de beschikbaarheid direct dalen wat grote problemen teweeg zou kunnen brengen.' De meest voor de hand liggende oplossing voor dit probleem bleek de aanleg van een Storage Area Network (SAN). PQR verzorgde al verschillende implementaties van systemen bij OPG Groothandel en ook bij dit traject werden zij betrokken. Gezamenlijk met PQR is er gekeken naar het ontwerp van het SAN. Nadat OPG Groothandel aangegeven had aan welke functionele eisen het SAN moest voldoen, heeft PQR daar de technische mogelijkheden en beperkingen aan gekoppeld. Tijd speelde ook een belangrijke rol bij dit project. SAN biedt de mogelijkheid om binnen enkele minuten een kopie van de productieomgeving te maken. Iets wat voorheen langer dan een dag in beslag nam, waardoor die optie niet gebruikt kon worden. Dit moest veranderen. 'Een snelle implementatie was gewenst', vertelt Gwan Kho. 'Door de goede samenwerking met PQR en het snel in kaart brengen van de technische mogelijkheden en beperkingen is het gelukt om het gehele traject in zes maanden af te ronden.'

Maximale beschikbaarheid
Het SAN beschikt over een geheugen van vier terabyte en bestaat uit twee maal twee kasten, verdeeld over de twee locaties. In één kast bevinden zich de fysieke hard disks en de andere kast beschikt over de glasvezelgestuurde controllers. Met dit SAN is het gemakkelijker geworden om de beschikbare schijfruimte te herverdelen, zonder het systeem uit te zetten. Ook zijn er geen aparte back-upsystemen meer nodig. 'Het maakt niet meer uit waar je de applicatie opstart, alle data is nu overal beschikbaar. Zodoende is er sprake van maximale beschikbaarheid', vervolgt Gwan Kho. 'We kunnen nu ook een oneindig aantal disks aan elkaar koppelen en ontkoppelen voor bijvoorbeeld een testomgeving, want je blijft beschikken over een identieke bedrijfsomgeving. Hierdoor is het niet meer noodzakelijk om in het weekend of 's nachts te werken, want zelfs het verwisselen van disks kan gewoon tijdens bedrijf.'

PDF-versie van dit artikel

Naar boven